Search
  • El

De zeiltocht van Cartagena naar San Blas

Updated: Apr 2

Met Cappi en Gatito over de 7 zeeën


“Op een mooie zeiltocht!” Onze wijnglazen klinken voor het eerst gezamenlijk tegen elkaar in de haven van Cartagena. De zon daalt gelijk met de wijn in onze glazen en schept daarmee een bijzonder oranje/zwart silhouet van jachten en wolkenkrabbers. De backpacks zijn op de boot gelegd, de boodschappen – vooral rum en cola – zijn gedaan en iedereen is enthousiast over het avontuur dat straks gaat beginnen. Om 4 uur ’s nachts zullen we de haven uitvaren, maar niet voordat we op het dek kennis hebben gemaakt met kapitein “Cappi” en zijn vale lievelingskat “Gatito”. Omdat de zee vrij wild is zullen we met een omweg vanuit Colombia naar de San Blas eilanden zeilen, met Panama als eindbestemming. De boot “Vanett” telt redelijk wat jaartjes, kraakt aan alle kanten en is eigenlijk net groot genoeg voor 8 personen, waar het met de groep van 13 passagiers plus 4 bemanning dus redelijk vol is. Op de één of andere manier zijn Nick en ik in de enige cabine met tweepersoonsbed en privébadkamer ingedeeld. Met douchekop die helaas alleen maar denkbeeldig water over mijn verzilte zee-huid zal verspreiden, we zullen het echte, vieze piratenleven tegemoet gaan. De rest moet het doen met stapelbedden en een gedeeld wc’tje of met een bed in de salon waar iedereen de hele dag en nacht doorheen banjert. Achteraf zal ook blijken dat Gatito de rechtmatige eigenaar van deze bedden is, elke nacht claimt hij volledig uitgestrekt één of meer van de matrassen. Iedereen luistert een tijd naar uitleg van Cappi die zijn lucky charm gelukzalig onder z’n kin krabbelt en zoekt redelijk op tijd zijn slaapplekje op om de volgende dag fit aan de oversteek naar Panama te kunnen beginnen.

Het is nog donker als we met ons schip rustig de haven uittuffen. Iedereen is stil en geniet van dit moment. Stuurman Richard is druk met allerlei bootspullen in de weer en als de oranje bal prachtig op is gekomen bereidt kok Sammy een ontbijtje voor. De pilletjes tegen zeeziekte zijn op aanraden preventief ingenomen, er gaan over deze zeiltocht veel horrorverhalen over alleen maar kotsend over de reling hangen.

Het zonnetje kruipt verder omhoog en eigenlijk voel ik me wonderbaarlijk prima. Op het dek is genoeg ruimte om lekker te lezen en na de lunch proosten Nick en ik op ons eerste wijntje aan boord. Ha, niks zeeziek! Trots ben ik op mijn echte zeebenen.

De volgende ochtend blijken we pas écht op open zee te zitten. Vanaf het moment dat ik mijn ogen opendoe, en ik de gehele slaapcabine zo’n 45 graden van links naar rechts zie bewegen, is het dikke vette ellende. Tegen beter weten in pakken we ons reispilletje nog, maar deze bereikt bij Nick eerder de pot dan zijn maag. Onze teller van overgeven zal deze dag samen eindigen op 9, waarbij Nick ’s avonds afsluit met de soep over de reling aan de vissen te voeren. Het frustrerende is dat verder niemand anders van de passagiers ook maar ergens last van lijkt te hebben. Ok, de boot gaat aardig op en neer, maar mensen lijken over het dek te huppelen of zitten lekker te lezen. Als ik alleen maar aan mijn boek dénk, kruipt mijn lunch al omhoog en ik spendeer de dag vooral met in een hoekje in de schaduw zitten, koptelefoon op m’n hoofd en blik op oneindig. Alleen de dolfijnen die met hun vrolijke koppies de boot begroeten en een tijd in ons vaarwater meezwemmen, hebben die dag een kleine glimlach op mijn gezicht weten te toveren.


Om Cappi heen balancerend hebben we ons verschillende keren afgevraagd of het zeeleven hem deze keer misschien fataal is geworden

Voor de bemanning is het die eerste dagen hard werken. Helaas blijven de zeilen stevig ingebonden op hun plek en moet de motor alle kracht leveren om de oversteek veilig te maken. In shifts staat ofwel Richard of Cappi geconcentreerd achter het roer, ook daarbuiten is Cappi een echt scheepsdier.

Met zijn 66 jaar heeft hij een huid als een oude leren tas, vergeeld haar dat op land gewoon grijs zou zijn en eet hij weinig maar drinkt des te meer. Geen gezeik ook op zijn boot! Wanneer hij een dutje doet – meer is het niet – strompelt hij het dek af om pontificaal midden in het ruim neer te ploffen op een viezig dik tuinkussen. Om hem heen balancerend hebben we ons verschillende keren afgevraagd of het zeeleven hem deze keer misschien fataal is geworden. Maar elke keer kwam hij na een tijdje weer gewoon omhoog gekrabbeld om achter het roer of in zijn hoekje op de bank plaats te nemen, benen opgetrokken, peukie in zijn mondhoek, blik vooruit om de voor hem nog steeds magische zee te bestuderen. Wanneer passagier Patrick voorzichtig aan komt kaarten dat hij in zijn bed ’s nachts nat wordt, dat er roest van het anker op zijn kussen ligt en bijna niet slaapt is Cappi’s antwoord dan ook: “Yeah, but did you die…?


"Your misery is over honey” Op dag 3 kruip ik vanuit onze cabine naar het dek, zie een vrolijke Cappi achter het roer en kijk om me heen naar een heerlijke rustige zee en de prachtige San Blas eilandjes. Zo’n 50 uur hebben we over de oversteek gedaan, de snelste ooit was 28 uur.

Iedereen zoekt een eigen plekje op het dek om van dit uitzicht te genieten, ontelbaar veel eilandjes verschijnen één voor één aan de horizon, er lichtelijk komisch uitziend doordat ze hutjemutje volgepakt zijn met palmbomen. Het anker gaat uit en we mogen ons al wat plakkerige huidje opfrissen in het beste natuurbad ter wereld: een azuurblauwe zee. Later stuurt Richard ons in een klein bootje naar een onbewoond eiland waar we kunnen zwemmen, snorkelen (zelfs een kleine haai gezien!) en drinken een beetje heerlijk verkoelende vloeistof uit een kokosnoot om deze aan te vullen met rum: “koko loco baby”! Na het spelen van een potje volleybal en het eten van de vers gevangen zwaardvis van de BBQ kijken we elkaar tevreden aan; dit is wel het paradijs op aarde.


De volgende dag is een heerlijke verlenging van dit avontuur met witte stranden en blauwe zeeën. Met een nieuw eiland alleen voor ons om te verkennen, wanen we ons fitte kandidaten van Expeditie Robinson. Cat uit NL is de volgende dag jarig en we eindigen de avond met een groot kampvuur en een zelfgebakken cake. De kapitein en eerste stuurman zitten al een tijdje aan de rum en verplaatsen zich noodgedwongen van palmboom naar palmboom over het eiland. Ze lallen er nog een “lang zal ze leven” uit waarna Cappi zich vast terug naar de boot verplaatst om op het dek in slaap neer te storten.

Maar dan moeten wij nog terug… De wat oudere Engelsen gaan onder leiding van de wankele eerste stuurman in het rubberbootje om na drie kwartier huilend terug te komen, het bootje was vast komen zitten op het rif en de matroos had zich flink bezeerd bij het proberen los te komen. De stuurman vond het allemaal erg komisch, krabde zich op zijn dikke harige buik en trok nog maar een Bilbao biertje open. Uiteindelijk kwam de eilandeigenaar – ook behoorlijk diep in de kokosnoot gekeken – met het aanbod ons te vervoeren in zijn soort van bananenboot met motortje. Zo lek als een scheepsbeschuitje bleek later, het was dus even spannend toen wij op onze knieën in dit bootje heel hard probeerden ons evenwicht te bewaren met onze tas op de rug met alle cameraspullen, driepoot, drone, telefoons en het water dat per minuut zo’n 10 cm steeg in ons gammele reddingsbootje. Dubbel slikken toen we uiteindelijk bij de zeilboot aankwamen, het touw gooiden, de ontvanger deze miste, wij het schip voorbijraasden en dus weer met onze bijna gezonken bananenboot moesten omdraaien. Gelukkig was poging twee raak en kon ik snikkend aan boord gehesen worden. Tijd om voor de laatste keer onze kajuit op te zoeken en de volgende dag weer tot een landrot te transformeren. Vanaf Panama-city zullen wij het vliegtuig naar Nederland gaan pakken om daar wat mensen te verrassen en hopelijk heel erg blij met onze terugkomst te maken.


Volg ons dagelijks via Instagram: @reisbloggers


509 views

elkehofmans@hotmail.com