Search
  • El

De olifantenbroek versus de bananenbloes

Updated: Oct 7, 2019



Op onze laatste avond in Vietnam zitten Nick en ik in Hanoi, de hoofdstad van Vietnam. Het oude centrum heeft gezellige kleine straatjes, schoenpoetsers die op je af komen, fietstaxi’s, massagesalons, reisbureautjes en heel veel heerlijk straateten. Maar het allerleukste vinden wij de Bia hoi: bier dat zonder enige conserveringsmiddelen elke dag vers gemaakt wordt ennnnn….. 0,18 cent kost. Nou ben ik altijd meer een wijn- dan een bierliefhebber geweest, maar dat is in Azië heel snel afgeleerd. Wijn is duur en ook niet echt lekker. Bier dus. Niet veel of vaak, maar af en toe is natuurlijk gezellig. Nou is niet alleen de prijs van Bia hoi leuk, het totaalplaatje van “een avondje uit in Vietnam” maakt het plezier voor ons compleet. Bia hoi drink je namelijk op straat, op een krukje. En als je denkt dat er eigenlijk geen plek meer is, tovert de meneer van de Bia hoi er gewoon nog een paar krukjes bij. Natuurlijk wel altijd de denkbeeldige lijnen van het toeristenbureau ernaast in de gaten houdend, hier mag geen schoenveter over uitsteken. En komt de politie in hun statige, communistische uniformen voorbij, dan wordt ook héél nauwkeurig in de gaten gehouden of we geen millimeter op straat zitten.


Dit is namelijk in Vietnam, land van het straateten, een soort van verboden, komen we in Hanoi achter. We waanden ons even op een willekeurige markt in Frankrijk toen we met medewereldreizigers Mike en Alette gezellig aan het barbecueën waren in een knus straatje helemaal volgepakt met tafeltjes, krukjes en grillapparaten. Er was nog precies een paadje overgelaten breed genoeg voor één persoon. Tot de politie kwam… Ik heb nog nooit een volledige straat volgepakt met horecagelegenheden zó snel helemaal leeggeruimd zien worden. Krukken werden vliegensvlug gestapeld, biertjes in de hand geduwd en iedereen werd met barbecue en al in de ongezellige hokjes aan de straat geduwd om de maaltijd verder te vervolgen. Ons lang makend zagen we buiten nog net de politie verder lopen, de achterste agent triomfantelijk rondzwaaiend met één in beslag genomen krukje.


Terug naar de laatste avond in Hanoi. We zitten op onze krukjes aan de Bia hoi met een megaschaal zonnebloempitten tussen ons in. Tot ons afgrijzen zien we weer de ene bananenbloes na de andere langs komen. Dit is echt een ding in Vietnam zijn we na 6,5 week achter gekomen. Er is daadwerkelijk 1 print met bananen en daar wordt alles van gemaakt: bloezen, broeken, petjes, slippers, je kan het zo gek niet bedenken. Dit kopen mensen dus werkelijk waar om vrijwillig te dragen, onbegrijpelijk. Een slimme Aziaat zag echter een gat in de markt en ontwierp dezelfde kekke kledingobjecten maar dan met meloenen, en volgens mij nog met ander fruit maar dat heb ik verdrongen. In ieder geval heb ik de avond met een overwinning afgesloten, er waren eerder 10 kledingstukken met bananen gespot dan met meloenen.

Ik zeg: als je in Thailand blij was met de broek, draag hem dan als Dutchie ook met trots!

We maken de oversteek van Vietnam naar Thailand. De bananenbloes versus de olifantenbroek. Fruit is hier weer waar het hoort: in de fruitschaal, de olifanten vliegen ons echter vanaf minuut één om de oren! Ik heb deze broek nooit helemaal gesnapt. In een ver verleden heb ik hem bij een tempel ook aangeschaft omdat ik met m’n korte broekje niet binnenkwam en deze broek zonder model ervoor is gemaakt om zo hup, over dat korte broekje te gaan. Dit was goedkoop, praktisch en ik kon alsnog de tempel van binnen bekijken. Maar de olifantenbroek heeft Thailand volledig overgenomen! Elk marktje dat we afstruinen heeft om de paar kraampjes dit kledingstuk in de rekken hangen! We kunnen niet zeggen dat de broek erg modieus of flatterend is, toch? Elk mooi, bruin afgetraind lichaam verdwijnt in deze lompen. En ze zijn ook zo heerlijk uniseks, jawel zowel de vrouw als de man op reis draagt deze broek. Nou vind ik natuurlijk dat iedereen moet dragen waar hij of zij zich prettig in voelt maar ik probeer te begrijpen waar deze broek zijn succes aan te danken heeft. Deze trend heeft in Nederland immers geen voeten aan de grond gekregen, terwijl ik toch vermoed dat heel veel reizigers die de betreffende broek aanschaffen hem ook in de backpack mee terug naar hun thuisland nemen. Ik zie hem daar echter nooit, ook niet op lekkere warme dagen. Ik zeg: als je in Thailand blij was met de broek, draag hem dan als Dutchie ook met trots! Ben benieuwd hoeveel olifantjes ik deze zomer aan de Nederlandse kustlijn ga zien…


Volg ons dagelijks op Instagram:@reisbloggers



708 views2 comments

elkehofmans@hotmail.com